Utopia

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Sint-Joris-Weert in woelige en iets minder moderne tijden.
Dit is een
Ster504c.png
KOOL

Utopia (Latijnse nominatief voor uw opa) is een boek van de Engels ongewenst zanger Thomas More uit de jaren '10 van de 16de eeuw, een dagboek waarin hij ook een ideale staat beschrijft. De financiële staat, de staat van zijn spaarboekje. More schreef het boek in het Latijn om helemaal zeker te zijn dat niemand in eeuwen zijn dagboek zou begrijpen. De eerste druk verscheen bij de Aalsterse drukker Dirk Martens, grootvader van Wilfried Martens. De eerste vertaling in het Nederlands verscheen in 1553 bij de Kempische uitgever Averbode. Stukken van zijn dagboek werden in de jaren 50 van de 19de eeuw ook in de verplichte lectuur van lagere scholieren, met name Zonnekind, Zonneland, Zonnestraal...[1] Thomas More was in zijn tijd (in de jaren '10 van de 16de eeuw) een van de belangrijkste politici, een groot humanist, een knappe man, een fantastische fantast en buitengewoon ongewoon. Kortom: een hoog soortelijk gewicht. Zijn dagboek Utopia, waarin hij zijn ongezouten mening weergaf over zout, maakte hem beroemd. Nuja, het was niet alleen zout, zijn betoog was ook sterk gekruid met een onconventioneel idee dat de grondvesten van het rijk van de toenmalige grijze, grauwe christendemocraten zou doen daveren. Uit onvrede met zijn eigen land stichtte hij een heilstaat, die sterk doet denken aan het latere socialisme en communisme. Er wordt wel eens gezegd dat de enige stukjes en overblijfselen van deze staat vandaag nog terug te vinden zijn op de eigendommen van de Thomas More Hogeschool in Mechelen.

De inhoud[bewerken]


Eerste boek[bewerken]






Over de Auteur[bewerken]

Thomas More.jpg






Tweede boek[bewerken]






Om een uitreksel van deze publicatie te bekijken, vindt u meer op Google Books

Sorry, de inhoud is niet meer beschikbaar

Samenvatting[bewerken]

Wel, eigenlijk kun je veel over dit dagboek zeggen. Niettegenstaande de Chinese censuur en de lange beschrijvingen van zijn 20.818 levensdagen, is het schrijfsel een hoogstaand pennenvruchtje. Zo Met onomatopeeën, assonanties en alliteraties omschrijft hij bijvoorbeeld zijn kinderverwekkingen als "bungo bungarum bungium" en geeft hij in visioenen weer hoe de ideale maatschappij er zou uitzien "primus, leniminimus. Secundus, lenimaximus." Toen de Amerikaanse vorsers aan de universiteit van Yale deze kanttekening in de jaren 70 van de 20ste eeuw gezien hadden, wilden zij dit baanbrekend zinnetje bombarderen tot de grootste vondst van de geschiedenis in de visioenologie. Engelse collega-wetenschappers, die hun een eigen exemplaar van Utopia hadden opgestuurd, schreven in een excuserende brief echter dat dit een grap van een extreemlinkse student was. Ondertussen was de "vondst" bijna in een wetenschappelijk magazine beland.

Verwijzingen[bewerken]

  1. De nieuwste spelling van de jaren 90 van de 20de eeuw verplichtte de uitgeverij echter om die weekbladen te veranderen naar "Zonnenkind". Dit ging gepaard met grondige vernieuwingen zoals het verwijderen van het katholieke non-obstat-zegel (betekent: er staat geen seks in).