Ede

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken


Ede.
Plaats in Nederland
Het wapen van Ede
Het wapen van Ede
Basisgegevens
Motto “Lijdt en Sterft”
Provincie Gelria / Veluwsch Overkwartier
Land Nederland
Burgemeester ds. Grimbeerd
Oppervlakte kern, wijken, buurtschappen, Edese en Ginkelse Heide
Inwoners afhankelijk van geloofsrichting
Politiek DZGP Nederland
Overige
Stedenband: Gereformeerde Geloofskring Overveluwe
Taal: des Heeres
Wachtend op: Den jongsten dag
Verder nog iets? Nee, eigenlijk niet.
Portaal  Portaalicoon Plaats

‘’’Ede’’’ is een dorp op de Veluwe en ligt op de rand van de Gelderse Vallei. Het dorp bestaat uit de kern, de buurtschappen en de wijken. Het dorp telt rond de 3500 inwoners. Inclusief de buurtschappen rond 6000 inwoners, inclusief de wijken rond de 100.000 inwoners.

Algemene beschrijving[bewerken]

Ede-kern is een typisch Veluws dorp (dur’p) en kent een homogene bevolking. De van oorsprong middeleeuwse| kerk is het centrum. Daarnaast is Ede-kern aangesloten op het spoorwegnet.

De Edese buurtschappen zijn ongeveer gelijk aan de kern maar beschikken niet over een kerk. De bewoners gaan te kerk in Ede-kern.

De Edese wijken, die direct tegen de kern liggen (ut olde dur’p) worden door de Edenaren niet beschouwd als onderdeel van Ede. De bevolking van de wijken is zonder uitzondering autochtoon in de zin van dat ze van oorsprong niet afkomstig zijn van de Westzijde van de Gelderse Vallei (Oorsprong wordt gerekend vanaf overgrootvaders afkomst)

Ede is een moderne gemeenschap met een Kerkeraad, 135 telefoonaansluiting waarvan 27 private nummers, 12 televisietoestellen op bestuurlijk niveau en een electrische quillotine.

Naamgeving[bewerken]

De naam Ede, ontstaan uit een nauwelijks verder overgeleverde Germaanse taal, betekent zoiets als ‘grijs, saai, rimpeloos, levenloos’.

Ontstaan en geschiedenis[bewerken]

De eerste bebouwing van Ede stamt uit de ijzertijd, getuige archeologische vondsten uit deze periode. Spijkers maar ook bouten en scharnieren zijn in 1978 gevonden bij de verbouwing van de noordzijde van de Kerk.

Volgens de ‘Tabulea Valouensiea’ (een 8e eeuws manuscript dat nederzettingen en kloosterbezit beschrijft op de Veluwe) telt Ede ten tijde van de brute roofoverval door Sint Bonifacius in 754 ongeveer 1200 zielen. Zoals meerdere dorpen langs en in de Gelderse Vallei is Ede op dat moment geen kloosterbezit maar, volgens de Rooms-katholieke scribent, een ‘Duuvels oirt’ (plaats des duivels) dat wel over een ‘Duuvels Kotte’ (kerk) beschikt.

Ten tijde van de Geldersche Oorlogen (11e eeuw tot heden ongeveer) herbergt Ede grote aantallen opstandige lieden en moordenaars, die in kuilen wonen op de plaats waar nu ongeveer de kazernes staan. Zelfs de bevolking is bang voor hun, getuige een aantekening in een psalmenboek ui de 13e eeuw: ‘Dees vreeslijk huilende ende grommende menigthe in putten (kuilen, red.) saimengegroept, knagende en verslindende groite lappen vleisch met hun bare tanden ende nagelhe’.

In de rijke 17e eeuw rustte Ede twee Oostindiëvaarders uit, waarvan de bemanning uit louter Edenaars bestond. Vanuit de Edese zeehaven voeren zij uit via het Ede-Nijkerkkanaal naar de Zuiderzee en zijn in een storm voor Harderwijk vergaan (1673) Deze klap reduceerde de bevolking tot ongeveer 750 inwoners.

Religie, Geschiedenis en Vandaag[bewerken]

Met de kerstening van de lage landen (oude goden eruit, nieuwe God erin) in de zevende en achtste eeuw na Christus, is Ede samen met een gehele gordel van dorpen en steden op de Veluwe (en daarbuiten!) rechtstreeks overgegaan naar het Gereformeerde Geloof. Hoewel de missionarissen Rooms-katholiek waren, werd de waarde van 1 God wel ingezien, de Roomsche eredienst echter werd niet geaccepteerd. De missionarissen werden gedood (Ede, Lunteren, Harskamp, Voorthuizen, Putten), verjaagd na afhakking van ledematen (Ermelo, Nunspeet, Otterlo), verplicht getranssexualiseerd (Elspeet, Wekerom, Vierhouten, Oldebroek) of meteen gereformiseerd (rest van de Veluwe)

De oude kerk van Ede, waarvan het eerste tufstenen gebouw dateert uit de laat-achtste eeuw, is dus als Gereformeerde Kerk gebouwd met als eerste voorganger ds. Grimbeerd sr. Het is een sobere kerk met een grijs interieur, grijze kerkbanken en een donkergrijs lood-in-loodraam aan de oostzijde. De grijze toren, die fier in de immergrijze lucht steekt, completeert dit religieus middelpunt.

In 1451 grijpt het Gerefomeerd kerkschisma (scheuring in de kerk) diep in in de kleine Veluwse gemeenschap. Op grond van de artikels 2, 12, 13, 15, 21, 24, 25, 26 en 31 van de Kampensche Kerksynode (1450) scheidt ongeveer de helft van de gereformeerde bevolking zich af en vormt zo de ‘Gereformeerde kerk vrijgemaakt artikel 2, 12, 13, 15, 21, 24, 26 en 31’. De andere helft distancieert zich hiervan door de grijze sokken te wisselen voor hoge zwarte zijden kousen die met een jarretel hoog worden gehouden. Vanaf die tijd wordt gesproken van de ‘zwarte kousen’ en de ‘artikelers’. De zwarte kousen gaan te kerk in het bestaande gebouw, de artikelers graven een gat in de grond op de Goudsberg te Lunteren en houden daar kerk tot op de dag van vandaag.

Dracht der Verstelde Kousen
In 1831 scheidt een kleine groep zwarte kousen zich af nadat zij het oneens zijn met de bijbelpassage uit ‘Wijsheden van Baruch Clemensus, hoofdstuk 4, versen 21-23’. Hierin wordt gesproken dat de steen van David rond van vorm was terwijl het algemene beeld er juist van uit ging dat zij vierkant was. De afgescheidenen noemen zich ‘herstelde zwarte kousen’ en staan bekend als de ‘Verstelde kousen’. Een novum bij deze groep is dat de kousen van zwart nylon en de jarretels kunstig bewerkt zijn. Ook scheert deze groep de benen en het kruishaar en somwijls het gehele lichaam. Zij gaat te kerke in het Gemeenschapsgebouw aan de Grote Grintweg die herkenbaar is aan de rode verlichting.

De Nieuwe Bijbelvertaling tenslotte, van 1972, trekt de groep Artikelers uit elkaar. De groep die het oneens is met het vervallen van de naamvallen in de tekst heeft geen eigen kerkgebouw en doolt elke zondag rond. Zij worden de Dolerenden genoemd.

Er bestaat geen interactie tussen de verschillende geloofsgemeenschappen. Alleen in de Kerkeraad is eenieder vertegenwoordigd waarbij overigens alleen de Zwarte kousen een stem hebben. Dit maakt de dorpspolitiek vrij eenvoudig en overzichtelijk.

Buurtschappen en Wijken[bewerken]

Als gezegd kent Ede naast de kern verschillende buurtschappen en wijken. Hier volgt een korte overzicht van beiden. De lezer zij bemerkzaam: alleen de buurtschappen worden tot de kern gerekend en mogen zich ‘des Edes’ noemen; de wijken worden als ongewenste grootheden beschouwd.

Doesburg[bewerken]

De Kruitiller te Doesburg
Gelegen ten Noorden van Ede ligt het molenaarsgehucht Doesburg, een buurtschap van rond de 60 inwoners, allen Verstelde Kousen. De geheel gemetselde molen, een Noordhollandse kruitiller met geslagen korboom, is in 1754 gebouwd en kent als enige in Nederland een eigen kollergang waarvan de eimersok (houten pennen en vier takdollen!) een geknikte renkvolger kent. De vletroemer is vrij te bezichtigen.

Keyenberg[bewerken]

Een voormalige gehucht, aangegroeid aan de kern. De Keyenberg is in feite een enorme prehistorische grafheuvel, hetgeen ontkend wordt door de Edenaren omdat deze van voorchristelijke periode zou zijn. De grafheuvel is oorspronkelijk bekleed geweest met veldkeien en ontleent Aldus hieraan zijn naam. Tegenwoordig ligt hier het Christelijk Gereformeerd Kranken- en Sterfhuis van Ede.

Grauzaam[bewerken]

Een niet-Edes buurtschap (en in feite een wijk) waarin voornamelijk militairen van de kazernes waren ondergebracht. De gereformeerde militairen woonden in het noordelijk deel van Grauzaam en vandaar dat dit deel gezien wordt als buurtschap. Met het verdwijnen van de kazernes trekt ook dit buurtschap langzaam leeg.

de Ginkel[bewerken]

De Ginkel (betekenis: ‘het stenenbos verderop’) is een eeuwenoude landbouw-enclave langs de Steenweg naar Arnhem. Het ligt volledig geïsoleerd op de Edese- en Ginkelse heide en is gericht op het schapenhouden. Met 24 schaapskooien, 15 waskolken en 21 beroepsmatige schaapsscheerders is de Ginkel het kenniscentrum bij uitstek aangaande het houden van schapen. De uitspanning “Juffrouw Bèh” (de Ginkelse Herberg) is een oude wolbeurs uit het begin van de zestiende eeuw.

Maanen[bewerken]

Dit buurtschap, vlak tegen de grens van het 150.000 jaar oude Bennekom gelegen, deelt zijn geschiedenis enerzijds met Ede, anderzijds met Bennekom. Alleen de Zwarte Kousen worden gezien als Edenaren, de mensen met enige binding met Bennekom als Afvalligen. De naam komt van het vroegere werkwoord ‘maanen’ en betekent zoveel als ‘als je dat doet doet zal den Heere je branden in het Hellevuur en je botten verkauwen tot voedermeel’.

Ede-Driesprong[bewerken]

De ‘Driesprong’, letterlijk betekent het woord ‘zij die over zijn gegaan naar het geloof van Drie’ (een Germaanse bosgod die bekendstond om zijn voorkeur voor mensen van zijn geslacht) is een buurtschap van voormalige Edenaren, die door hun sexuele voorkeur uit de dorpsgemeenschap zijn gestoten. Zij belijden hun eigen vorm van geloof en zijn uiterlijk ongeveer gelijk aan de Verstelde Kousen. Door de aard van de bewoners is de natuurlijke bevolkingsaanwas verwaarloosbaar.

de Wijken[bewerken]

De wijken van Ede onderscheiden zich nauwelijks van die van Almere-centrum. Ze worden bevolkt door allochtonen, dat wil zeggen: mensen die niet kunnen aantonen tot op overgrootvadersniveau binding te hebben met Edes grondgebied of de kerkgebieden er om heen. De wijken zullen hier verder niet besproken worden. De voornaamste wijken zijn ‘de Hel’, ‘het Vagevuur’, ‘de Brandende Zonde’ en de ‘Apocalyps’.

Defensie in Ede[bewerken]

Sinds het begin van de Geldersche Oorlogen is Ede een garnizoensstad. Groeven de strijders zich in de eerste eeuwen nog eenvoudig in op een stuk heide zuid van de Keyenberg en Grauzaam, in de zeventiende eeuw verschenen hier grote kazernecomplexen en een compleet woondorp (Grauzaam)

Na het verliezen van de oorlog tegen de Belgen (1832) had Koning Willem I er genoeg van en ontbondt het totale Nederlandse leger. Slechts geüniformeerde zaakwaarnemers bleven over. Dit had zijn gevolgen voor de kazernes. De gebouwen stonden leeg en per gebouw was er één zaakwaarnemer als conciërge werkzaam.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (1922) zijn vele Nederlanders opgeroepen om een geweer vast te houden en in de lege kazernes te gaan wonen. Dit is in Ede ook gebeurd en het was de laatste ‘revival’ van het uitgebreide kazerneterrein. Om de plaatselijke economie op gang te houden heft de Edese Kerkeraad pas in 1998 het tiende Regiment Infanterie verteld dat de oorlog was afgelopen. Vanaf dat moment staan de kazernes leeg. Er zijn plannen om de gehele bevolking van de Edese Driesprong hier te interneren. En de Driesprong te verkopen aan Wekerom.

Bestuur[bewerken]

Ede kent een Kerkeraad die als een soort gemeenteraad optreedt. De Kerkeraad wordt voorgezeten door de oudste dominee van de vier geloofsrichtingen, op dit moment ds. Grimbeerd jr.

Elke buurtschap is vertegenwoordigd met één stem in de Kerkeraad. Voor Ede-Driesprong en Grauzaam geldt dit niet, voor hun stem zal worden gebeden. Ede-kern is vertegenwoordigd door twee afgevaardigden van elke geloofsrichting. De burgemeester is tevens vertegenwoordiger voor de gemeenschap in de Kampensche Synode en daarmee hoeder van het Ware Geloof.

De heersende politieke richting is de Donker Zwarte Gereformeerde Partij (DZGP) Andere partijen worden op grond van de Europese wetgeving (behoud van kleine gemeenschappen en hun cultuur) niet toegelaten.

Verkeer & Vervoer[bewerken]

Ede is aangesloten op de Hogesnelheidslijn Amersfoort-Barneveld-Ede en heeft haar Centraal Station bij de Maanense Bonkemolen. Regionaal Vervoersbedrijf Felua zet omgebouwde melkpakken in als passagierstreinen. De lijn staat dan ook bekend als ‘Melkpakkenlijn’.

Economie[bewerken]

Ede kent twee belangrijke industrieën: de Schaap- en Wolververij en de Gereformeerde Industriebond “Ter Vervaardiging Van Lintjes Voor Tussen De Bladzijden Van Den Bijbel Te Doen.” De rest van de bevolking is voornamelijk werkzaam in de landbouw, met name veeteelt. Twee grote vestigingen van Muggezifters staan ten noorden van Ede terwijl de langs de Edese heide de stallen van de Mierenneukindustrie te zien zijn.

Geldverkeer[bewerken]

Bezoekers aan Ede wordt verzocht bij de Gemeentegrens Wisselkantoren hun Euro’s in te wisselen voor Zilverlingen. Voor 10 EU krijgt men dertig Zilverlingen. Eén Zilverling bestaat uit 30 Judaspenningen. Dertig Zilverlingen op hun beurt vertegenwoordigen één Slijk der aarde.